maandag 10 december 2007

10 jaar P-magazine

Op 11 december 1997 verschijnt de eerste P-magazine. Een nieuw blad dat – letterlijk – in no time zijn plaats op de markt inneemt. Er is dan ook iets vreemds aan P. Het heeft een al een trouw publiek uit het verleden. Mensen die maar niet begrepen waarom uitgeverij Mediaxis hen hun weekblad afnam. Net zomin als de redactie van de Nieuwe Panorama het had begrepen.
Het was op de computers van Mediaxis dat, in het diepste geheim, de eerste P gemaakt werd. Met Véronique De Kock op de cover. Twee dagen later was hij al uitverkocht.
De redactie incasseerde haar riante ontslagvergoedingen, zocht een krappe flat aan het Bonapartedok in Antwerpen en zette haar blad gewoon voort onder een andere naam. De Vrije Pers was geboren.

Dag op dag 10 jaar later, op dinsdag 11 december 2007, ligt er nog altijd een P in de winkel. Met Véronique De Kock op de cover – we hebben dan ook een gezamenlijke geschiedenis. Voor zijn feestnummer, met voor elke lezer een cadeau, heeft P-magazine zijn oplage dan ook met 15% verhoogd.

Hoe het begon
P-magazine is het laatste weekblad in Vlaanderen dat een vaste plaats op de tijdschriftenmarkt veroverde. Mogen we daar heel even fier op zijn? Daarom vertellen we u in twee afleveringen het verhaal van het zeer bewogen decennium van dit geweldige boekske. Volgende week leest u hilarische vertelsels over wie en wat we zoal tegenkwamen de voorbije tien jaar. Maar vandaag piepen we achter de schermen van de redactie, dat zondige oord des verderfs in het Antwerpse Schipperskwartier. En voor de volledigheid beginnen we ons verhaal tien jaar en vier maanden geleden in de gebouwen van uitgeverij Mediaxis (het huidige Sanoma City), toen de bazen een bom dropten op de redactie van het weekblad Panorama.

De moord op Panorama
EDWIN VAN OVERVELD (eindredacteur): Out of the blue kregen we het bericht dat Panorama zou worden opgedoekt. De directie van Mediaxis schermde met het argument dat Panorama te veel geld kostte, maar in werkelijkheid wilde ze ons gewoon kwijt. De bazen wilden enkel hun vrouwenbladen overhouden.
CHRISTINA VON WACKERBARTH (toenmalig uitgeefdirecteur van Mediaxis): Onze Nederlandse aandeelhouder VNU wilde haar tijdschriftendivisie verkopen en legde plots veel strengere winstnormen op. Wij moesten Mediaxis stroomlijnen om de verkoop ervan voor de VNU te vergemakkelijken. Ondanks het mooie werk van hoofdredacteurs Lex Moolenaar en Joël De Ceulaer had Panorama al jaren geen winst meer gemaakt. Daarbij kwam nog het toen nakende verbod op tabaksreclame. De tabaksindustrie zorgde voor 20 procent van de advertenties in Panorama. Er was geen hoop op beterschap.
VAN OVERVELD: We gingen in staking, gesteund door bijna het voltallige personeel van Mediaxis. Binnen de kortste keren hadden we een hoop artiesten opgetrommeld om te komen optreden aan onze stakingspiketten: van Urbanus via Isabelle A en Ashbury Faith tot Vic Beasley. Het was een spectaculaire dag en we zijn die dag ook spectaculair dronken geworden, maar de staking bracht niet veel zoden aan de dijk; toch niet wat onze werkgelegenheid betrof. Op gezinsvlak was het blijkbaar wél een vruchtbare periode, want precies 9 maanden na die stakingsweek werden zowel Alain Grootaers, Iwan Kneuts als Yurek Onzia vader.

FRANK WILLEMSE (toenmalig journalist): De avond dat de definitieve beslissing van de stopzetting viel, zijn we met de hele redactie gaan eten in een fout restaurant op de kaaien. We waren flink bezopen en lanceerden de wildste reddingsplannen. We hebben zelfs nog naar Guido Van Liefferinge, de baas van Dag Allemaal, gebeld. Toen werd ook duidelijk dat Alain Grootaers de touwtjes in handen zou nemen. Korte tijd later had Alain drie zakenmannen gevonden die bereid waren om een nieuw blad te financieren.
STEVEN SOMERS (toenmalig chef reportage): Het was een heel spannende periode. In het begin waren er slechts een paar ingewijden omdat er niks mocht uitlekken. Bij nacht en ontij gingen we onze contracten tekenen bij de nieuwe financiers. Het had iets heel samenzweerderigs. Wij zouden de grote mediatycoon eens een poepje laten ruiken.
WIM SWINNEN (journalist): Toen ik hoorde dat Panorama werd opgedoekt, viel er iets van me af. Na 15 jaar vond ik het de gedroomde aanleiding om uit de journalistiek te stappen. Ik wilde een eigen platenfirma opzetten. Tot Alain me bij hem riep en zei dat hij een nieuw blad wilde beginnen dat in de winkel moest liggen de week na de verschijning van de laatste Panorama in december. Of ik geïnteresseerd was? Ik heb geen seconde getwijfeld. We wisten dat het avontuur fout kon aflopen. Maar Alain straalde enorm veel zelfvertrouwen uit. Hij heeft bijna de hele redactie van Panorama meegekregen.

P in rood en wit
VAN OVERVELD: Dankzij de vakbond sleepten we hele mooie ontslagpremies uit de brand bij Mediaxis. De directie bood sommigen van ons jobs aan bij andere bladen, maar niemand is daarop ingegaan. Het heeft Mediaxis heel veel geld gekost; voor dat geld had Panorama nog lang kunnen blijven bestaan. Met míjn ontslagpremie kocht ik een mooie auto.
WILLEMSE: En financieel moesten we bij onze nieuwe werkgever ook al geen frank inleveren. We kregen hetzelfde loon.
GEERT DE WOLF (vormgever): Alain vroeg me om een zogenaamd nulnummer te maken, een blad waarmee we investeerders, adverteerders én medewerkers konden overtuigen om met ons in zee te gaan. Dat konden we uiteraard niet op de redactie van Panorama doen, dus deden we het op mijn zolderstudio in Aalst, vér van de Antwerpse boemannen van Mediaxis. We hadden zelfs nog geen definitieve naam voor het blad. De eerste werktitel was alleszins Tempo.
VAN OVERVELD: Wie precies met de naam P-magazine kwam aanzetten, weet ik niet meer. Er waren honderden voorstellen. We waren er alleen snel uit dat de naam moest beginnen met een P en dat het logo rood en wit moest worden.
DE WOLF: P-magazine werd dus de tweede werktitel. Maar omdat we niets beters vonden en alle betrokkenen sowieso constant over P-magazine bleven praten, is die naam blijven hangen.
BERNARD VAN DE POPELIERE (journalist): Ik vond het maar een rare naam en zei er iets over tegen Alain. “Waarom? Vind je Q (een Engels muziekblad; red.) een rare naam, nee toch?” zei Alain vaderlijk en ik zei niks meer. Redelijke argumenten gaan er bij mij altijd in.
VAN OVERVELD: Terwijl we de opstart van P-magazine voorbereidden, moesten we ook nog de laatste nummers van Panorama maken. Begin december 1997 hebben we in één week twee bladen gemaakt: de laatste Panorama, waarvan we waardig afscheid wilden nemen – zo eergevoelig waren we wel – en dus ook de allereerste P-magazine. We hebben dat eerste nummer nog volledig gemaakt op de redactie en de computers van Mediaxis, zonder dat iemand het daar in de gaten had. Ik vind het nog altijd een geweldige stunt dat iedereen die bij P-magazine betrokken was, zo goed zijn mond heeft kunnen houden. Pas helemaal aan het eind lekte in de uitgeverij uit dat we een nieuw blad zouden beginnen.
VAN DE POPELIERE: Ik kreeg een interview met de Spice Girls naar aanleiding van hun behoorlijk onnozele film Spice World. Ik beloofde aan de filmmaatschappij dat het stuk zeker zou verschijnen, maar dat ik er verder niets over mocht vertellen. Toen kon dat nog, tegenwoordig zou ze toestemming van de CIA en de FBI moeten hebben. In Londen zei ik gewoon dat ik voor Panorama werkte, dat bekte lekker in het Engels en van onze trubbels waren ze over het Kanaal toch niet op de hoogte. Geri Halliwell zat de hele tijd sensueel aan haar lippen te likken en het stuk verscheen in de eerste P.
ALAIN GROOTAERS (toenmalig hoofdredacteur): ‘Christus, valt dat tegen, zo’n hoofdredacteurschap.’ (allereerste zin ooit in P-magazine)

Archief in bad
BART COP (journalist): De eerste P-magazine verscheen op donderdag 11 december en daar hoorde uiteraard een lanceringsfeest bij, de avond voordien in Café Local in Antwerpen. Omdat we alles zo lang geheim hadden moeten houden, was Alain een beetje bang dat we de zaal niet gevuld zouden krijgen. Daarom mochten we zo veel vrienden uitnodigen als we wilden. De lijst van mijn invités staat nog op mijn pc; het waren er 157. Het gevolg was dat er natuurlijk véél te veel volk was. Op een bepaaald moment moest je tot een halfuur aanschuiven voor drank. Op dat feest hebben Franky De Smet-Van Damme van Channel Zero en Stephen Dewaele van Soulwax nog een versie van Hunger Strike van Mother Love Bone gespeeld: historisch!
VAN OVERVELD: Zowat heel bekend Vlaanderen was er. Tenminste, dat heb ik achteraf op de foto’s gezien. Van de avond zelf herinner ik mij niets meer. Alle kranten en radio- en tv-zenders waren er. P-magazine stond meteen op de kaart.
GROOTAERS: ‘We waren op de redactie nog volop de kater van de nacht tevoren aan het verwerken, toen de ene dagbladhandelaar na de andere begon te bellen: P-magazine was al uitverkocht en of ze dringend wat nummers konden bijbestellen.’ (P-magazine 2, 18/12/1997).
WILLEMSE: Opzet geslaagd. Maar de werkomstandigheden waren niet echt glorieus. Als redactieruimte had Alain een kleine flat geregeld op de tweede verdieping van een rijhuis aan het Bonapartedok. De eerste weken zaten we met vijf in een kamertje van twee op twee. Pas na een maand of zo kregen we de zolderverdieping erbij. Er was een badkamertje met een toilet en een ligbad. Dat bad lag vol papieren die we elders niet kwijt konden. Het archief noemden we dat.
SOMERS: Het had iets heel romantisch, zo samengepropt op een zolderkamertje. Het voelde aan als een piratennest.
VAN OVERVELD: In het begin waren we enorm op onze hoede, omdat we vreesden dat de directie van Mediaxis zich op ons zou wreken; met een rechtszaak bijvoorbeeld omdat P-magazine in hun ogen te veel op Panorama leek. Zo moesten we ervoor zorgen dat zelfs het onbenulligste lettertekentje genoeg afweek van wat we bij Panorama hadden gedaan.
VON WACKERBARTH: We hebben inderdaad aan procederen gedacht; het concept en de naam van het nieuwe blad leunden toch erg dicht aan bij die van Panorama. Uiteindelijk hebben we besloten om het hen niet moeilijker te maken dan ze het al hadden. We gunden hen de kans. P-magazine had het voordeel van een kleine onderneming met een veel wendbaardere structuur en een pak minder overheadkosten. Zo werden de winstmogelijkheden een stuk groter dan die van Panorama.

Overleven op Maalox en pils
VAN OVERVELD: In die eerste nummers moesten we uit noodzaak de foto’s wat groter plaatsen en de teksten wat rekken om het blad vol te krijgen. Onze middelen waren erg beperkt. Gsm’s of bedrijfsauto’s hadden we niet. Het was roeien met de riemen die we hadden.
VAN DE POPELIERE: Ik zie achter Alains computer nog altijd een grote doos Maalox staan. Blijkbaar was het opstarten van P-magazine toch stresserender dan hij liet merken.
SOMERS: Het was het eerste jaar helemaal geen evidentie om elke week een blad in de winkel te krijgen. Er liep constant van alles mis, maar door onze drive lukte het toch iedere keer. Na elk afgewerkt nummer moesten we ons in de arm knijpen: ‘Yes, it’s happening.’ Het pioniersgevoel was erg groot. Het was pure survival. Maar het mooiste was om te zien hoe wat we zelf vanuit het niets gecreëerd hadden op een goed einde afstevende. Een grotere kick bestaat niet.
VAN OVERVELD: Na een tijdje voelden we dat we onze plek op de markt gevonden hadden. We moesten hard werken, maar het was plezant. 20 meter naast de redactie vonden we meteen een stamkroeg, den Beer. Daar waren ze erg blij met onze komst, want we hebben er aardig wat vaten weggestouwd. Als we het druk hadden, belden we naar het café: “Tien pintjes, graag?” En dan kwam de cafédochter een plateau bier brengen. Wat gezien de steile trap geen makkelijke klus was.
IWAN KNEUTS (journalist): E-mail was er nog niet. We moesten onze teksten zelf naar de redactie brengen, op diskette. Toen ik er op een namiddag kwam, zag ik alleen Myriam Scheffers, de toenmalige redactiesecretaresse, die in het halfduister vlijtig enveloppen zat te schrijven. Er was geen stroom. Toen ik vroeg waar de rest van de redactie zat, antwoordde ze: “Beneden bij het buitenkomen 38 stappen naar rechts en daar binnengaan.” Het was de deur van den Beer, ons eerste ‘vergaderlokaal’.
VAN OVERVELD: De eerste tegenslag kwam snel. P-magazine werd gedrukt door Roularta. In de drukkerij van dat bedrijf vonden ze het fantastisch. Die drukkers waren al jaren bezig met Knack en De Streekkrant en zo; doodsaai dus. Binnen de kortste keren hing de ganse drukkerij vol posters van P-babes. Hun grote baas Rik Denolf – meneer Rik, een brave katholieke mens – zag zijn drukkerij plots vol schaarsgeklede vrouwen hangen. Vond-ie niet leuk. Hij en zijn familie wilde niets meer te maken hebben met zo’n vies boekske. We moesten op zoek naar een andere drukker. Gelukkig hebben de lezers daar niets van gemerkt. De verkoop bleef zelfs stijgen...

De rest van het verhaal leest u in P-magazine nr. 49 van 11/12/2007

Geen opmerkingen: